Long COVID, ook bekend als post-acute sequelae SARS-CoV-2 infectie (PASC), verwijst naar de langdurige symptomen die sommige mensen ervaren na het doormaken van COVID-19. Deze aandoening kan zich manifesteren in diverse chronische gezondheidsproblemen die weken tot maanden na de initiële infectie blijven bestaan. De symptomen zijn uiteenlopend en kunnen vermoeidheid, ademhalingsproblemen, neurocognitieve moeilijkheden, en meer omvatten.
Endorfine en Dopamine Systeem Herstel
Recente studies suggereren dat het herstel van het endorfine- en dopaminesysteem kan bijdragen aan de verbetering van Long COVID-symptomen. Endorfines en dopamine zijn neurotransmitters die geassocieerd zijn met pijnverlichting en een gevoel van welzijn. Herstel van deze systemen kan de algemene gezondheid en stemming verbeteren en mogelijk bijdragen aan het verlichten van symptomen zoals vermoeidheid en depressie die geassocieerd worden met Long COVID.
Low Dose Naltrexone (LDN)
Low Dose Naltrexone (LDN) is een medicijn dat de balans tussen de Th1 en Th2 delen van het immuunsysteem lijkt te moduleren. Het is voorgesteld dat LDN zou kunnen helpen bij het verminderen van ontstekingen en het ondersteunen van het immuunsysteem door het verhogen van endorfinen, wat de weerstand tegen virussen zou kunnen verhogen en herstel zou kunnen bevorderen. Daarnaast heeft LDN mogelijk een rol in het verminderen van oxidatieve stress, wat een bijdrage zou kunnen leveren aan het herstelproces.
Intraveneus Ozon
Behandeling met hoog dosis intraveneus ozon is een andere therapie die veelbelovende resultaten heeft getoond. Ozontherapie is bekend om zijn potentieel ontstekingsremmende en immunomodulerende eigenschappen. Bij Long COVID kan het helpen bij het verbeteren van zuurstofopname en -gebruik in het lichaam, wat kan leiden tot betere energieniveaus en een vermindering van ademhalingsproblemen.
Intraveneus NAD+
Intraveneus NAD+ is een behandeling die gericht is op het herstellen van cellulaire energie en het verbeteren van metabolische functies. NAD+ speelt een cruciale rol in de energieproductie en cel herstelprocessen. Behandeling met hoge doses NAD+ kan bijdragen aan het verbeteren van neurocognitieve functies en het verminderen van vermoeidheid, twee veelvoorkomende klachten van Long Covidpatiënten.
Wetenschappelijke Literatuur en Studies Onderzoek naar de behandeling van Long COVID is aan de gang, en er zijn verschillende studies gepubliceerd die deze therapieën onderzoeken. Voor de meest recente en relevante wetenschappelijke artikelen, kunnen geïnteresseerden PubMed raadplegen, een uitgebreide database van medische en wetenschappelijke literatuur. Het zoeken naar trefwoorden zoals “Long COVID”, “endorfine dopaminesysteem”, “Low Dose Naltrexone”, “ozontherapie”, en “intraveneus NAD+” zal een reeks studies opleveren die de effectiviteit en mechanismen van deze behandelingen verkennen.
Het is belangrijk om te vermelden dat veel van deze behandelingen nog in onderzoeksfasen zijn en dat klinische trials nodig zijn om hun effectiviteit en veiligheid volledig te valideren. Patiënten wordt aangeraden om samen met hun zorgverleners te beslissen over de beste behandelingsopties, gebaseerd op de meest actuele onderzoeksresultaten en hun individuele gezondheidsstatus.
Akkermansia muciniphila, ontdekt in 2000, is een prominente bacteriesoort in de menselijke darm, goed voor 3-5% van de darmflora. Deze bacterie speelt een essentiële rol in het handhaven van een gezond darmslijmvlies, wat cruciaal is voor een effectief immuunsysteem. Door zich te voeden met het slijm in de dikke darmwand, bevordert Akkermansia de aanmaak van nieuw slijm en verhoogt het de dichtheid van slijm-producerende cellen.
De Link met Ziekten
Een lagere aanwezigheid van Akkermansia is geassocieerd met diverse gastro-intestinale aandoeningen zoals coeliakie, prikkelbare darmsyndroom, chronische darmontsteking en diabetes type 2. Dit benadrukt het belang van deze bacterie voor onze algehele gezondheid.
Het Verhogen van Akkermansia in de Darmen
Aangezien Akkermansia muciniphila een anaerobe bacterie is, kan het niet als probioticum worden ingenomen. Echter, door bepaalde voedingsaanpassingen kan het aantal van deze bacteriën in de darmen verhoogd worden. Voedingsmiddelen die hierbij kunnen helpen, zijn onder meer:
· Psyllium
· Bruine bonen
· Kikkererwten
· Broccoli
· Linzen
· Artisjokken
· Daarnaast bevorderen polyfenolrijke voedingsmiddelen zoals bosbessen, aroniabessen, veenbessen, noten, en omega-3-rijke vissoorten zoals zalm en makreel de groei van Akkermansia.
De Rol van Cobiotica
Cobiotica zijn voedingsmiddelen of supplementen die specifieke voedingsstoffen bevatten ter ondersteuning van de groei van gunstige darmbacteriën, waaronder Akkermansia. Door het bevorderen van een gezonde darmflora, dragen cobiotica bij aan een efficiëntere spijsvertering en kunnen ze bepaalde darmziekten helpen behandelen. Voorbeelden van cobiotica zijn bepaalde vezelsoorten en polyfenolen die niet door ons lichaam, maar door nuttige darmbacteriën worden afgebroken.
Conclusie
Akkermansia muciniphila speelt een sleutelrol in het behoud van een gezond darmslijmvlies en daarmee in de algehele spijsvertering en gezondheid. Door je dieet aan te passen of cobiotica in te nemen, kun je de groei van deze nuttige bacterie in de darmen stimuleren. Zo draag je bij aan een betere spijsvertering en verminder je het risico op bepaalde darmgerelateerde ziektes. Raadpleeg altijd een arts voordat je veranderingen in je dieet of supplementenregime aanbrengt, vooral als je bestaande gezondheidsproblemen hebt.
Het revolutionaire voedingssupplement gebaseerd op Akkermansia muciniphila is het resultaat van baanbrekend onderzoek door de Belgische professor Patrice Cani en de Nederlandse professor Willem de Vos. Hun langdurige en grondige onderzoek naar deze darmbacterie heeft geleid tot de ontdekking dat de gepasteuriseerde vorm van de bacterie nog effectiever is in het beschermen tegen risicofactoren van hart- en vaatziekten en diabetes dan de levende vorm (Depommer et al., 2019).
Een Belangrijke Doorbraak in Metabole Gezondheid
In een dubbelblind, gecontroleerd onderzoek uit 2019, waarbij veertig vrijwilligers met overgewicht en prediabetes betrokken waren, toonden de onderzoekers significante verbeteringen aan bij deelnemers die Akkermansia-supplementen gebruikten:
· Een verhoogde insulinegevoeligheid.
· Een verlaagd totaal cholesterolgehalte.
· Een reductie in lichaamsgewicht van 1 tot 2 kg over een periode van 3 maanden.
Dit onderzoek markeert een significante stap voorwaarts in het begrip van hoe darmbacteriën onze metabole gezondheid kunnen beïnvloeden (Depommer et al., 2019).
Erkenning en Goedkeuring
De Europese Autoriteit voor Voedselveiligheid (EFSA) gaf in februari 2022 groen licht voor het op de markt brengen van dit gepasteuriseerde Akkermansia-supplement, wat de veiligheid en potentieel van het supplement onderstreept (EFSA, 2022).
Een Gezonde Toekomst Deze wetenschappelijke ontwikkelingen benadrukken het potentieel van gepasteuriseerde Akkermansia muciniphila in de ondersteuning van de metabole gezondheid. Hoewel verdere onderzoeken nodig zijn om de langetermijneffecten en de impact op grote populaties te bepalen, biedt de huidige studie hoopvolle vooruitzichten voor de toekomst van de preventie en behandeling van metabole aandoeningen.
Conclusie
De wetenschappelijke gemeenschap erkent Akkermansia muciniphila als een veelbelovende speler in de strijd tegen metabole ziekten. De gepasteuriseerde vorm, nu goedgekeurd door de EFSA, biedt een nieuwe en veilige manier om de metabole gezondheid te ondersteunen. Hoewel het geen wondermiddel is, markeert het een significante stap in de richting van een beter begrip en beheer van metabole aandoeningen.
Referenties:
Depommer, C., Everard, A., Druart, A., et al. (2019). Supplementation with Akkermansia muciniphila in overweight and obese human volunteers: a proof-of-concept exploratory study. Nature Medicine.
Een opeenhoping van beschadigde alfa-synucleïne-eiwitten in dopamine-producerende hersencellen leidt tot celdood bij Parkinson-patiënten, wat motorische symptomen en cognitieve achteruitgang veroorzaakt. Alfa-synucleïne zorgt ervoor dat T-cellen per ongeluk hun eigen hersencellen aanvallen, wat een bewijs is van auto-immuniteit.
Uit deze studie bleek dat het tijdsbestek waarin de T-cellen het meest reageren op alfa-synucleïne, het moment is waarop patiënten voor het eerst de diagnose Parkinson krijgen. Slechts weinig Parkinson-patiënten behouden deze T-cellen tien jaar na de diagnose. Detectie van T-celreacties zou kunnen helpen bij het diagnosticeren van de ziekte van Parkinson bij degenen die risico lopen of zich in pre-symptomatische stadia van de ziekte van Parkinson bevinden.
Een nieuwe studie, mede geleid door wetenschappers van het La Jolla Instituut voor Immunologie (LJI), voegt steeds meer bewijs toe dat de ziekte van Parkinson gedeeltelijk een auto-immuunziekte is. De onderzoekers melden zelfs dat tekenen van auto-immuniteit al jaren vóór hun officiële diagnose kunnen optreden bij patiënten met de ziekte van Parkinson.
Het onderzoek zou het mogelijk kunnen maken om op een dag de ziekte van Parkinson te detecteren vóór het begin van slopende motorische symptomen – en mogelijk in te grijpen met therapieën om de progressie van de ziekte te vertragen.
De studie, gepubliceerd in Nature Communications op 20 april 2020, werd mede geleid door LJI-professor Alessandro Sette, Dr. Biol. Sci, en professor David Sulzer, Ph.D., van het Columbia University Medical Center.
Wetenschappers weten al lang dat klontjes van een beschadigd eiwit, alfa-synucleïne genaamd, zich ophopen in de dopamine-producerende hersencellen van patiënten met de ziekte van Parkinson. Deze klontjes leiden uiteindelijk tot celdood, waardoor motorische symptomen en cognitieve achteruitgang ontstaan.
“Als deze cellen eenmaal verdwenen zijn, zijn ze ook verdwenen. Dus als je de ziekte zo vroeg mogelijk kunt diagnosticeren, kan dat een enorm verschil maken,” zegt LJI-onderzoeksassistent-professor Cecilia Lindestam Arlehamn, Ph.D., die de eerste auteur was van de nieuwe studie.
Een onderzoek uit 2017 onder leiding van Sette en Sulzer was de eerste die aantoonde dat alfa-synucleïne kan fungeren als een baken voor bepaalde T-cellen, waardoor ze per ongeluk hersencellen aanvallen en mogelijk bijdragen aan de progressie van Parkinson. Dit was het eerste directe bewijs dat auto-immuniteit een rol zou kunnen spelen bij de ziekte van Parkinson.
Nieuwe Bevindingen en Toekomstige Richtingen
De nieuwe bevindingen werpen licht op de tijdlijn van T-celreactiviteit en ziekteprogressie. De onderzoekers keken naar bloedmonsters van een grote groep patiënten met de ziekte van Parkinson en vergeleken hun T-cellen met een gezonde controlegroep van dezelfde leeftijd. Ze ontdekten dat de T-cellen die reageren op alfa-synucleïne het meest overvloedig aanwezig zijn wanneer patiënten voor het eerst de diagnose van de ziekte krijgen. Deze T-cellen hebben de neiging te verdwijnen naarmate de ziekte voortschrijdt, en slechts weinig patiënten hebben ze tien jaar na de diagnose nog steeds.
De onderzoekers voerden ook een diepgaande analyse uit van een patiënt met de ziekte van Parkinson, bij wie toevallig bloedmonsters bewaard waren gebleven die dateren van lang vóór zijn diagnose. Deze casestudy toonde aan dat de patiënt tien jaar voordat bij hem de diagnose van de ziekte van Parkinson werd gesteld, een sterke T-celreactie op alfa-synucleïne had. Opnieuw vervaagden deze T-cellen in de jaren na de diagnose.
“Dit vertelt ons dat detectie van T-celreacties zou kunnen helpen bij de diagnose van mensen die risico lopen of zich in een vroeg stadium van de ziekteontwikkeling bevinden, wanneer veel van de symptomen nog niet zijn gedetecteerd,” zegt Sette. “Belangrijk is dat we zouden kunnen dromen van een scenario waarin vroege interferentie met T-celreacties zou kunnen voorkomen dat de ziekte zich manifesteert of voortschrijdt.”
Sulzer voegde hieraan toe: “Een van de belangrijkste bevindingen is dat de smaak van de T-cellen verandert in de loop van de ziekte, te beginnen met agressievere cellen, en vervolgens overgaat naar minder agressieve cellen die de immuunrespons kunnen remmen, en na ongeveer tien jaar, Het is bijna alsof de immuunreacties bij de ziekte van Parkinson lijken op die tijdens de seizoensgriep, behalve dat de veranderingen plaatsvinden over tien jaar in plaats van over een week.”
In feite bestaan er al therapieën om ontstekingen door autoreactieve T-cellen te behandelen, en deze TNF-therapieën worden in verband gebracht met een lagere incidentie van de ziekte van Parkinson. In de toekomst zijn de onderzoekers vooral geïnteresseerd in het gebruik van een tool genaamd een op T-cellen gebaseerde test om patiënten die al risico lopen op de ziekte van Parkinson te monitoren om te zien of ze baat kunnen hebben bij TNF-therapieën. Tot deze patiënten behoren mensen met REM-slaapstoornissen en bepaalde genetische mutaties.
De onderzoekers hopen meer Parkinson-patiënten te bestuderen en hen over langere perioden te volgen om beter te begrijpen hoe de T-celreactiviteit verandert naarmate de ziekte vordert.
Ozon IV-therapie staat bekend om verschillende potentiële gezondheidsvoordelen, hoewel wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit en veiligheid nog gaande is. Enkele van de veronderstelde voordelen zijn:
Verbeterde zuurstofopname – Ozon kan de bloedcirculatie en zuurstofvoorziening in het lichaam bevorderen, wat bijdraagt aan een betere celwerking en energieniveau.
Ondersteuning van het immuunsysteem – Ozontherapie kan het immuunsysteem activeren en helpen bij de bestrijding van bacteriën, virussen en schimmels.
Ontstekingsremmende werking – Het wordt soms ingezet bij chronische ontstekingen, zoals bij auto-immuunziekten of gewrichtsproblemen.
Detoxificatie – Ozon zou het lichaam kunnen ondersteunen bij het afbreken en verwijderen van toxines, wat kan bijdragen aan een betere algehele gezondheid.
Stimulatie van celregeneratie – Het kan bijdragen aan een snellere wondgenezing en weefselherstel, wat nuttig kan zijn bij herstel na operaties of blessures.
Mogelijke ondersteuning bij chronische aandoeningen – Sommige patiënten ervaren verlichting van symptomen bij aandoeningen zoals fibromyalgie, chronisch vermoeidheidssyndroom en Lyme.
Hoewel veel gebruikers positieve ervaringen rapporteren, is het belangrijk om ozontherapie uitsluitend te ondergaan onder begeleiding van een gekwalificeerde professional en in overleg met een arts.
Hieronder een overzicht van wetenschappelijke onderzoeken:
1. Ozon en de Impact op Levende Cellen
1a. Zuurstofradicalen en Celontwikkeling
Zuurstofradicalen spelen een essentiële rol in celontwikkeling en differentiatie. Onderzoek van het UMC Utrecht toont aan dat zuurstofradicalen essentieel zijn bij correcte celdeling en specialisatie. (https://www.umcutrecht.nl/nieuws/zuurstofradicalen-regelen-correcte-celdeling)
1b. Selectieve Werking van Ozon op Bacteriën
Bij intraveneuze ozontherapie wordt ozon in het bloed gebracht, waar het snel wordt omgezet in reactieve zuurstofspecies (ROS). Dit proces heeft antimicrobiële eigenschappen, maar werkt anders dan direct ozoncontact met bacteriën in water of oppervlakken.
Ozon kan pathogene anaerobe bacteriën in het bloed bestrijden.
Intraveneus ozon bereikt de darmflora niet direct.
ROS veroorzaken een gecontroleerde oxidatieve stress, wat kan bijdragen aan een betere balans in de microbiota.
2. Wetenschappelijk Bewijs en Veiligheid van Ozontherapie
Hoewel de FDA ozon als een giftig gas classificeert bij inademing, is er wetenschappelijk onderzoek dat de veiligheid en effectiviteit van intraveneuze ozontherapie ondersteunt.
Onderzoeken die intraveneuze ozontherapie evalueren:
Het Warburg-effect, beschreven door Nobelprijswinnaar Otto Warburg, stelt dat kankercellen energie voornamelijk via anaërobe glycolyse genereren, zelfs in aanwezigheid van zuurstof. Dit proces draagt bij aan tumorprogressie.
Ozontherapie kan mogelijk de zuurstoftoevoer en mitochondriale functie verbeteren, wat relevant is binnen de context van het Warburg-effect.
Hooggedoseerde vitamine C-infusies hebben de aandacht getrokken in de medische wereld vanwege hun potentiële therapeutische effecten bij verschillende aandoeningen, met name kanker.
Professor Anitra C. Carr
Professor Anitra C. Carr heeft uitgebreid onderzoek verricht naar het gebruik van intraveneuze vitamine C (IVC) bij de behandeling van kanker. Haar bevindingen kunnen als volgt worden samengevat: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/25360419/
Verbetering van kwaliteit van leven en vermindering van vermoeidheid
In een review uit 2014 concludeerde Carr dat IVC kan bijdragen aan het verminderen van kanker- en chemotherapie-gerelateerde symptomen, zoals vermoeidheid, slapeloosheid, verlies van eetlust, misselijkheid en pijn. Daarnaast werden verbeteringen waargenomen in fysieke, cognitieve, emotionele en sociale functies, evenals in de algehele gezondheid van patiënten.
Veiligheid en interactie met conventionele therapieën
Carr’s onderzoek uit 2018 benadrukte dat IVC over het algemeen veilig is en geen negatieve interacties vertoont met chemotherapie of radiotherapie. Sterker nog, IVC kan de toxische bijwerkingen van chemotherapie verminderen en de kwaliteit van leven van patiënten verbeteren. http://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30190680/
Werkingsmechanismen en therapeutische implicaties
Hetzelfde onderzoek uit 2018 suggereerde dat IVC mogelijk werkt door het verhogen van oxidatieve stress specifiek in kankercellen, wat kan leiden tot celdood. Daarnaast kan IVC epigenetische modificaties beïnvloeden en de activiteit van enzymen die betrokken zijn bij genexpressie reguleren. Deze bevindingen wijzen op potentiële therapeutische toepassingen van IVC bij kankerbehandeling.
Oproep tot verder onderzoek
Ondanks de veelbelovende resultaten benadrukt Carr de noodzaak van verdere studies om optimale doseringen, frequentie en duur van IVC-therapie te bepalen. Dit is essentieel om de effectiviteit en veiligheid van IVC als aanvullende kankerbehandeling volledig te begrijpen. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30190680/
Samenvattend suggereren de bevindingen van Professor Carr dat intraveneuze vitamine C een veelbelovende aanvullende therapie kan zijn bij de behandeling van kanker, met voordelen zoals symptoomverlichting en verbeterde kwaliteit van leven. Vervolgonderzoek is echter noodzakelijk om de optimale toepassing en effectiviteit van deze therapie te bevestigen.
Biochemische uitleg
Hieronder volgt een biochemische uitleg over de werking van vitamine C bij hoge doseringen, de aandoeningen waarbij deze infusies worden toegepast, en een overzicht van relevante wetenschappelijke onderzoeken, inclusief die uitgevoerd in Maastricht.
Biochemische Werking van Hooggedoseerde Vitamine C-infusies: Vitamine C, of ascorbinezuur, is een wateroplosbare vitamine die fungeert als antioxidant. Bij orale inname worden de bloedspiegels van vitamine C strikt gereguleerd door intestinale absorptie, weefselopname en renale excretie. Echter, bij intraveneuze toediening kunnen veel hogere plasmaconcentraties worden bereikt, wat leidt tot verschillende biochemische effecten:
Pro-oxidatieve Effecten: Bij hoge concentraties kan vitamine C fungeren als een pro-oxidant, vooral in de aanwezigheid van vrije metaalionen zoals ijzer en koper. Dit leidt tot de vorming van waterstofperoxide (H₂O₂), een reactieve zuurstofsoort die cytotoxisch is voor tumorcellen, terwijl normale cellen enzymen zoals catalase en glutathionperoxidase hebben om H₂O₂ effectief te neutraliseren. mmv.nl
Epigenetische Regulatie: Vitamine C is een cofactor voor TET-enzymen en histon demethylasen, die betrokken zijn bij de demethylering van DNA en histonen. Dit kan leiden tot herprogrammering van genexpressie, wat de differentiatie en apoptose van kankercellen kan bevorderen.
Immunomodulatie: Hoge doses vitamine C kunnen de functie van immuuncellen, zoals natuurlijke killercellen (NK-cellen) en T-lymfocyten, verbeteren, wat bijdraagt aan een versterkte immuunrespons tegen tumorcellen.
Aandoeningen waarbij Hooggedoseerde Vitamine C-infusies worden Onderzocht:
Kanker: Er is groeiend bewijs dat intraveneuze vitamine C de effectiviteit van chemotherapie en radiotherapie kan versterken en de bijwerkingen ervan kan verminderen. Klinische studies hebben aangetoond dat hoge doses vitamine C veilig zijn en mogelijk de overlevingstijd van kankerpatiënten kunnen verlengen. kanker-actueel.nl
Sepsis en Septische Shock: Vitamine C speelt een rol in de synthese van catecholamines en vasopressoren en heeft ontstekingsremmende eigenschappen. Klinische studies suggereren dat intraveneuze toediening van vitamine C de mortaliteit bij sepsis kan verminderen.
Hartstilstand: Onderzoekers van het VU Medisch Centrum hebben een studie uitgevoerd naar het effect van hoge doses intraveneuze vitamine C na reanimatie. Zij veronderstellen dat vitamine C, door zijn sterke antioxidante werking, orgaanschade kan verminderen en het herstel kan bevorderen.
Wetenschappelijke Onderzoeken in Maastricht: Wetenschappers van het Maastricht UMC+ en de Universiteit Maastricht hebben onderzoek gedaan naar de rol van vitamine C bij kanker. Zij ontdekten dat vitamine C de groei en rijping van bepaalde witte bloedcellen stimuleert, met name T-cellen en NK-cellen, die essentieel zijn voor de afweer tegen infecties en het opsporen en vernietigen van kankercellen. Dit onderzoek richt zich in eerste instantie op patiënten met leukemie, maar de bevindingen kunnen mogelijk ook relevant zijn voor andere vormen van kanker.
Conclusie: Hooggedoseerde vitamine C-infusies hebben potentieel therapeutische effecten bij verschillende aandoeningen, met name kanker. De biochemische mechanismen omvatten pro-oxidatieve effecten die selectief tumorcellen beschadigen, epigenetische regulatie die genexpressie beïnvloedt, en immunomodulatie die de immuunrespons versterkt.